Over je schaduw heen

Te beginnen in ons eigen kikkerlandje. Drie maanden na de landelijke verkiezingen in maart blijkt het moeilijk om in het gefragmenteerde politieke landschap een meerderheidskabinet te vormen. Het is niet alleen de veelheid en verscheidenheid van de politieke partijen die daarvoor verantwoordelijk zijn, maar ook de principiële houding van partijen om elkaar uit te sluiten op principes. Zelfs de komst van een gelouterde informateur als Tjeenk Willink heeft tot dusverre niet geleid tot een doorbraak. Wel zijn er diverse snuffelrondes geweest en er is zelfs tot twee maal toe een snuffelstage geweest, waarin de vier winnaars van de verkiezingen – VVD, CDA, D66 en Groen Links – geprobeerd hebben om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken en bruggen te slaan. Tot twee keer toe heeft Jesse Klaver zich bedacht en heeft zich teruggetrokken op het thema migratie. Omdat vanuit Nederland de gevraagde waterdichte garantie op bescherming en opvang van vluchtelingen in Noord-Afrikaanse landen niet gegeven kon worden, heeft Jesse Klaver besloten de stage voor gezien te houden. Principieel zeker, ook begrijpelijk als je mensenrechten zo hoog in het vaandel hebt staan. En toch: een tikje naïef om te denken dat ingewikkelde vraagstukken als deze met een Nederlands stempel erop zomaar gerealiseerd kunnen worden. Je kunt ergens voor staan, ergens voor gaan, je laten leiden door waarden, maar uiteindelijk gaat het erom in de praktijk te tonen wat die waarden waard zijn. Dat vereist inzet, inspanning, zweet en tranen, zwoegen, verleiden en doorzetten. Dat is politiek bedrijven in een ingewikkelde context, met vele belangen en een onzeker resultaat. Daar is lef, durf en leiderschap voor nodig. Jesse Klaver heeft het niet aangedurfd z’n politieke macht en invloed in een nieuwe kabinet aan te wenden, heeft niet vertrouwd op zichzelf, op z’n partners in het kabinet en niet op Europa. Dat is misschien begrijpelijk, omdat Groen Links (nog) geen bestuurderspartij is en waarden belangrijker vindt dan positie, maar wil je de kiezers tonen dat change belangrijk is, dan moet je durven beslissingen te nemen en verantwoordelijkheid te dragen voor daden en niet blijven hangen in schone woorden. Bovendien was er vanuit vrijwel de gehele samenleving steun voor groen denken, mooier kon haar uitgangspositie toch niet zijn?

Dan naar ons buurland, het getormenteerde Duitsland, de motor van Europa. Een bondskanselier die al tien jaar de scepter zwaait, gelouterd is door het politieke bestuur, samengewerkt heeft met alle partijen, internationaal gerespecteerd wordt en toch niet prestatie levert die van haar verwacht mag worden: aanvoerder van een verbrokkelend Europa dat bereid is orde op zaken te stellen en zich als een geheel naar buiten wil presenteren. Hoe is dat met elkaar te rijmen: potentie, talent èn toch zoveel passiviteit en meer duw- dan trekkracht? Jan Techau en Leon Mangasarian lichten een tipje van de sluier op in hun boek “Führungsmacht Deutschland?” Zij verwijten Angela Merkel een groot gebrek aan visie en zijn ervan overtuigd dat zij leiderschap moet tonen om de chaos en desintegratie in Europa een halt toe te roepen. Het ontbreken van concepten en strategische lichtvaardigheid gaan hand in hand met passiviteit en de vraag is waar dat vandaan komt. Zij geven daarvoor drie redenen, waarvan de laatste twee te denken geven: de blik naar binnen, vanwege de inspanning van de hereniging met Oost-Duitsland; de strategische luiheid, omdat oorlog 40 jaar lang niet voorkwam in het vocabulaire van Duitsland; het verlies aan vertrouwen in de eigen intenties, de keuze om alles wat men had aan kwaliteiten in te zetten voor een misdadig regiem. Het gevolg hiervan is, dat elk debat een moreel debat is. Duitsland wil zuiver blijven, moeilijke keuzes vermijden, aan de zijlijn blijven staan. De auteurs doen Merkel een voorstel om de moraal tot actief instrument te maken en om daarmee een doorbraak te forceren: ‘toon dienstbaar leiderschap’. Een dienend leider heeft een helder beeld van de eigen macht en onderschat zichzelf niet. Hij laat die macht niet opzichtig zien en slaat geen arrogante toon aan. Hij is assertief, maar zoekt altijd naar samenwerking en komt als ‘advocaat’ op voor de zwakkere landen. Dat is geen puur altruïsme, maar ook eigen belang: door de rest te dienen, dient Duitsland zichzelf.

Hoe verschillend beide situaties ook zijn – Jesse Klaver verstrikt geraakt in een Nederlands formatiespel en Angela Merkel in de coulissen van wereldtoneel – de parallellen zijn duidelijk. Leiderschap over de toekomst vraagt om grensverlegging, het over je schaduw heen durven stappen. De sprong in het volle licht en tonen wat je waard bent. Initiatief en strijdlust laten zien, macht en invloed aanvaarden, bereid zijn vuile handen te maken, partnerschappen ontwikkelen, niet vanaf de zijlijn roepen en je beroepen op een theoretische moraal. Leiderschap tonen, vooral dienend leiderschap. En, misschien wel het belangrijkste, accepteren dat je niet alles volledig in de hand hebt en kunt verliezen. Dat heeft met zelfvertrouwen te maken: ‘Jesse durf op het pluche te zitten, Angela durf je zelf te vergeven’. Hoewel geen sprake is van een gelijke machtsverdeling, zijn beide in staat om vanuit moraal, waarden en principes te handelen, te besluiten en beslissen.

Terug...

^ Naar boven